Onderzoek

DOCTORAAT: DE KAZERNE DOSSIN IN MECHELEN, 1942-1944: geschiedenis van een plek

Dr. Laurence Schram
 
photo
Tussen 1942 en 1944 werden 25.000 joodse en 350 Zigeuners gedeporteerd vanuit het SS-Sammellager für Juden, gevestigd in de Dossinkazerne in Mechelen. Slechts 1.252 hebben het overleefd. Deze weinig bekende plaats is de wachtkamer van de dood in Auschwitz-Birkenau. De organisatie van het kamp door de Duitsers van de Sipo-SD en de functies van hun Vlaamse hulpkrachten worden geanalyseerd. De persoonlijke trajecten van elk van de daders wordt gereconstrueerd. Het regime, de mishandelingen en het misbruik ondergaan door de gedetineerden worden beschreven. Geconfronteerd met het onaanvaardbare, passen de geïnterneerden zich aan. Hun gedrag varieert van collaboratie tot weerstand. Deze thesis legt de nadruk op de gedwongen betrokkenheid van gedetineerden in hun eigen vernietiging en op de genocidaire functie van het kamp, schakel tussen de SS-ers in Berlijn en Auschwitz-Birkenau. Het SS-Sammellager für Juden vindt zijn plaats terug in de context van de Sjoa in Europa, in West-Europa in het bijzonder, in een driehoek gevormd door Westerbork, Drancy en Dossin.
 

De doctoraatsthesis van dr. Laurence Schram werd ondertussen al tweemaal bekroond en werd in boekvorm uitgegeven als 'Dossin, wachtkamer van Auschwitz'.
Op 5 juni 2016 ontving dr. Schram de Prijs Stichting Ramet 2016. Die prijs wordt jaarlijks toegekend aan een persoon die een onuitgegeven of origineel werk uitbrengt rond Ridder Natan Ramet of de Shoah. De Stichting loofde het werk van Dr. Laurence Schram: "Er bestaan al heel wat werken die gedeeltelijk over Kazerne Dossin handelen als plaats waar de deportatie van Joden en zigeuners in België begon. Voor de eerste maal werd er een uitgebreid en grondig wetenschappelijk werk geschreven over Kazerne Dossin zelf".  In 2016 is de prijs voor het eerst uitgereikt tijdens een prijsuitreiking in Kazerne Dossin.
Ter bevordering van pluridisciplinair wetenschappelijk werk kent de Stichting Auschwitz sinds 1986 jaarlijks een ‘Prijs Stichting Auschwitz’ toe, en sinds 2002 een ‘Prijs Stichting Auschwitz - Jacques Rozenberg’, als beloning voor origineel en niet gepubliceerd onderzoek inzake de historische, sociale, politieke, economische, culturele en ideologische processen die hebben geleid tot massamisdrijven, misdaden tegen de mensheid en genocides. Het is deze laatste prijs die Dr. Laurence Schram ontving op 27 oktober 2016 voor haar doctoraatsthesis.

Het doctoraatsonderzoek werd dankzij de steun van de Stichting Auschwitz in 2017 bij Racine uitgegeven onder de titel 'La caserne Dossin, antichambre de la mort'. In 2018, volgde de Nederlandse vertaling, 'Dossin, wachtkamer van Auschwitz', uitgegeven bij Lannoo.  Laurence Schram werkt momenteel als Senior Researcher in het Documentatiecentrum van Kazerne Dossin.
 

DOCTORAATSONDERZOEK: JOODSE ORGANISATIES EN INSTITUTIES IN HET INTERBELLUM

Janiv Stamberger
 
photo
Het lopende doctoraatsonderzoek van Janiv Stamberger spitst zich toe op de studie van de Joodse organisaties en instituties in het interbellum. In de Jaren 1920 immigreerde een groot aantal Oost-Europese Joodse immigranten naar België. Na de opkomst van het Derde Rijk, en de vervolging van de Joden die dit met zich meebracht, vluchtte ook een groot aantal Duitse Joden naar België.
Met deze immigranten verscheen een typisch Oost-Europees Joods leven in de straten van de grote steden van België. Joodse organisaties werden vanuit hun Oost-Europese bodem getransplanteerd naar België. Verschillende Joodse proletarische organisaties (al dan niet revolutionair) verschenen op het toneel en beconcurreerden elkaar verwoed. Oost-Europese religieuze organisaties die aan het begin van de eeuwwisseling waren opgericht door de eerste, bescheidener, golf van Oost-Europese immigranten naar België bloeiden en probeerden een delicate modus vivendi te vinden met de eerder opgerichte ‘Belgische’ joodsreligieuze instituties. De Balfour-verklaring van 1917 gaf het zionisme een nieuwe adem en naast het burgerlijk zionisme en het religieuze  zionisme (Misrakhi), die hun intrede al hadden gedaan voor de Eerste Wereldoorlog, verscheen er een sterke arbeiderszionistische beweging, wat later gevolgd door hun aartsrivalen, de revisionisten. Al deze verschillende zionistische stromingen bekampten elkaar en trachtten de Joodse bevolking en in het bijzonder de Joodse jeugd voor zich te winnen. De zionistische organisaties en hun representatieve overkoepelende organisatie - De Zionistische Federatie van België - wierpen zich op als de verdedigers van de Joodse belangen in België en kwamen zo in het vaarwater terecht van de Centrale Joodse instituties en de ‘Belgische’ Joodse elite. De periode tussen de twee wereldoorlogen betekende de definitieve doorbraak van wat Ezra Mendelsohn ‘Modern Jewish Politics’ heeft genoemd. Verschillende Joodse wereldbeelden die elkaar beconcurreerden over de loyaliteit van de Joodse massa en probeerden hun doelstellingen te bereiken door invloed uit te oefenen op de nationale en internationale (Joodse) politiek .
In deze studie staan de volgende vragen centraal: Waarom en hoe richten deze nieuwe Joodse immigranten hun eigen microkosmos op in de Belgische samenleving? Hoe stonden de verschillende groeperingen en organisaties in deze Jiddische wereld tegenover elkaar en tegenover de al bestaande Joodse instellingen? Hoe stonden de verschillende gevestigde Joodse gemeenschappen tegenover deze nieuwkomers en welke pogingen ondernamen ze om deze te integreren binnen de al bestaande Joodse instituties en het Belgische leven? Welke bruggen en allianties werden gesloten tussen Joodse organisaties en groeperingen en de niet-Joodse Belgische samenleving? En waarom?

 

DOCTORAAT: DE HEROPBOUW VAN DE JOODSE GEMEENSCHAP TE ANTWERPEN NA DE TWEEDE WERELDOORLOG (1944-1960). LOMIR VAYTER ZINGEN ZEYER LID 

Dr. Veerle Vanden Daelen
 
Veerle3.jpg
Dit doctoraatsonderzoek bestudeerde de heropleving en de terugkeer van Joods leven naar Antwerpen na de Tweede Wereldoorlog. Hoe was het opnieuw tot zo'n kleurrijk en bloeiend Joods leven gekomen? Op welke sociale, economische, religieuze of andere pijlers steunde het? En waarom kozen Joden voor Antwerpen?

De Joodse wereld lag na de Tweede Wereldoorlog in puin, de menselijke verliezen waren niet onder woorden te brengen. De terugkeer naar een 'verdwenen wereld' in Europa zag er ontmoedigend en deprimerend uit, ook voor Antwerpen, dat door de Duitse bezetter in september 1944 als 'judenrein' werd achtergelaten. Van de geregistreerde Joodse bevolking van Antwerpen was 65% gedeporteerd en slechts weinigen hiervan overleefden de kampen. Vandaag wonen er opnieuw ongeveer 15.000 à 20.000 Joden in de stad (40 à 45.000 in heel België). Antwerpen telt een dertigtal orthodoxe synagogen, verschillende joodse scholen, een bloeiend verenigingsleven en een goed uitgebouwd systeem voor sociale hulp. 

De eerste maanden na de bevrijding was de nood onnoemelijk groot: de terugkeer en opvang van de ontheemde en beroofde Joden, het zoeken naar overlevenden en de eerste pogingen tot restitutie of schadeloosstelling van goederen,… Joodse woningen waren bewoond door vreemden, hun inboedels verdwenen. Zonder kledij, dak boven het hoofd, vaak zonder enig nieuws over familieleden en vrienden trachtten overlevenden zo goed en zo kwaad als het kon de draad weer op te pakken. Waarom kwamen overlevende Joden in grote mate terug naar deze stad, nadat de Jodenvervolging hen er zo zwaar getroffen had en waarom bleven ze er? Antwerpen als havenstad vormde immers nog steeds, net als vóór de oorlog, een ideale transitplaats in een migratie naar de Verenigde Staten of elders.

Met haar onderzoek toonde dr. Veerle Vanden Daelen aan dat twee factoren een onmiskenbare rol speelden in de terugkeer en vooral de blijvende aanwezigheid van Joden in Antwerpen: de diamant en de orthodoxie. De heropleving van de diamant na de Tweede Wereldoorlog was grondig voorbereid tijdens de bezetting in Londen en maakte na de bevrijding ook de terugkeer van de Joodse diamantdiaspora mogelijk: Joodse diamantairs uit New York en elders in Amerika keerden terug naar Antwerpen. De diamant werd opnieuw dé economische niche waarin het merendeel van de Joden in Antwerpen actief was.Het religieuze leven kon worden hersteld dankzij de terugkeer van Joden van vóór de oorlog die een snelle heropbouw mogelijk maakten. Het goed uitgebouwde orthodoxe religieuze leven maakte dat de meeste van de nieuwkomers orthodoxe Joden betrof. 

"Lomir vayter zingen zeyer lid" is de ondertitel van dit doctoraat. Het is Jiddisch en betekent: "Laten we hun lied verder zingen". Het is een vrije bewerking van een uitspraak van een leerkracht van de Jiddische Tsugabshul in Antwerpen, die haar hele klas in het getto van Lodz had weten omkomen. Zij zei op de prijsuitdeling van de school op 14 juli 1946: "Der shenster monument, vos mir kenen shteln di Lodzer kinder iz: zingen vayter zeyer lid!". Na de bevrijding werd de draad inderdaad opnieuw opgepakt, en tegen de achtergrond van het onbeschrijflijke Joodse lijden is dat wel heel bijzonder.

Het doctoraat van dr. Vanden Daelen werd uitgegeven bij Amsterdam University Press, onder de titel 'Laten we hun lied verder zingen. De heropbouw van de joodse gemeenschap in Antwerpen na de Tweede Wereldoorlog (1944-1960)'.

Dr. Veerle Vanden Daelen is vandaag Conservator en Adjunct-Algemeen Directeur van Kazerne Dossin.