DE KAZERNE


De kazerne werd in 1756 gebouwd in opdracht van Keizerin Maria Theresia van Oostenrijk, om er Oostenrijkse soldaten onder te brengen. De architecten volgden nauwkeurig de eisen van het opperbevel in Wenen, waardoor het gebouw met zijn sobere, strenge buitenkant meer verwant lijkt met het Weense classicisme dan met de lokale architectuur. In 1781 bracht de Oostenrijkse keizer een bezoek aan de kazerne. Nadien werd die door de stad Mechelen aan de staat verkocht. Tussen 1781 en 1940 speelde de kazerne een louter militaire rol die op verschillende manieren werd ingevuld: Tot 1914 deed het gebouw dienst als 'depot' voor de regimenten Grenadiers, Karabiniers en Derde Jagers. Daarna werd het een wapendepot en vanaf 1918 een bijdepot van het 7e Linieregiment. In 1936 kreeg de kazerne de naam van de bevelhebber van dit regiment tijdens de Eerste Wereldoorlog: Luitenant Generaal Emile de Dossin de Saint Georges (1854-1936). Deze Luikenaar werd in België vereerd als oorlogsheld omwille van zijn daadkrachtige rol in de slag om de IJzer (17-31 oktober 1914).

De functie van de kazerne tussen mei 1940 en juli 1942 blijft een raadsel, maar hierna kreeg het gebouw een zeer sinistere herbestemming. Net als Vught of Westerbork in Nederland en Drancy in Frankrijk, werd de kazerne uitgekozen als Sammellager, verzamelkamp voor Joden en zigeuners. De centrale ligging van de kazerne (precies tussen Antwerpen en Brussel, waar de meeste joden woonden), de spoorlijn naast de kazerne en de gesloten structuur maakten deze locatie tot het ideale deportatiecentrum. Tussen juli 1942 en september 1944 werden er 25.482 joden en 352 zigeuners verzameld en weggevoerd richting Auschwitz-Birkenau en enkele kleinere kampen. Twee derde van de gedeporteerden werd onmiddellijk na aankomst vergast. Bij de bevrijding van de kampen waren er nog maar 1.395 in leven. Als herinnering aan deze gruwel, werd op 30 mei 1948 een gedenkplaat bevestigd aan de gevel van de Dossinkazerne.  Sinds 1956 organiseert men jaarlijks een plechtigheid om de slachtoffers te gedenken.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam de Dossinkazerne weer in handen van de Belgische staat. Eind 1948 richtte het Belgische leger er een school voor de administratie van de Krijgsmacht op, in juni 1950 aangevuld met een opleidingscentrum van de Financiële dienst. Na het vertrek van het Centrum voor Administratieve Dienst in maart 1975, raakte de Dossinkazerne in verval. De stad overwoog zelfs om de kazerne te laten afbreken, maar door protest werd de gevel geklasseerd. In 1977 nam de stad Mechelen de kazerne over van de staat, maar pas in de jaren 1980 werd besloten om het verkommerde gebouw in te richten als appartementencomplex. Voortaan staat de kazerne bekend als het “Hof van Habsburg”, een verwijzing naar de Oostenrijkse Habsburgers die het complex bouwden en naar de rust die binnen de muren heerst.

JOODS MUSEUM VAN DEPORTATIE EN VERZET
Velen vonden het echter niet opportuun om de geschiedenis van de Dossinkazerne als Sammellager verloren te laten gaan. Daarom drongen de Vereniging van de Joodse Weggevoerden in België - Dochters en zonen van de deportatie (VJWB) en het Centraal Israëlitisch Consistorie van België (CICB) er bij de stad en bij de Vlaamse Gemeenschap op aan om een ruimte in de kazerne vrij te houden voor de oprichting van een museum. Ridder Natan Ramet, zelf kampoverlevende, werd tot voorzitter benoemd. Op 7 mei 1995 werd het Joods Museum van Deportatie en Verzet (JMDV) plechtig ingehuldigd door Z.M. Koning Albert II. Op 11 november 1996 opende het de deuren voor het publiek.

HET NIEUWE MUSEUM
Met zijn 30.000 bezoekers per jaar barstte het JMDV al snel uit zijn voegen. Vanaf 2001 ontwikkelde de Vlaamse overheid plannen voor een nieuw en groter museum. Doordat het overkopen van de hele Dossinkazerne onmogelijk bleek, werd geopteerd voor een nieuwbouw, naar een ontwerp van bOb Van Reeth, welke de nieuwe permanente collectie bevat. In de rechtervleugel van het oude kazernegebouw werd een herdenkingsruimte ingericht, het Memoriaal. Op 4 september 2012 openden Vlaams Minister-President Kris Peeters en Mechels burgemeester Bart Somers het nieuwe Memoriaal

Drie maanden later, op 26 november 2012, opende Vlaams Minister-President Kris Peeters in aanwezigheid van Z.M. Koning Albert II en talrijke genodigden het nieuwe Museum. De nieuwe Kazerne Dossin – Memoriaal, Museum en Documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten opende op 1 december 2012 zijn deuren voor het publiek.