In Memoriam Ridder Natan Ramet


IN MEMORIAM RIDDER NATAN RAMET


Men zegt vaak dat niets of niemand onvervangbaar is.  Zij die Natan Ramet gekend hebben weten dat deze stelling niet klopt. Sommige ‘Mensch’ kunnen nooit vervangen worden.  Natan Ramet is een van hen.


In 2012 verloor Kazerne Dossin één van haar bezielers, stichtend voorzitter van het Joods Museum van Deportatie en Verzet en ere-voorzitter van Kazerne Dossin, Natan Ramet. Voor het personeel van het Joods Museum van Deportatie en Verzet en ook voor de nieuwe medewerkers van Kazerne Dossin, was hij een alom geliefde persoonlijkheid. Helaas kon hij de opening van het nieuwe museum niet meer meemaken. Deze ‘In Memoriam’ wil hem als persoon, als één van de laatste getuigen en als drijvende kracht achter Kazerne Dossin blijvend herdenken.

Natan RAMET wordt geboren op 5 juni 1925 in Warschau.  Zijn ouders, Judka Ramet en Sura Polakiewicz, emigreren uit Polen in 1930 met hun twee kinderen, Félicie en Natan.  De familie vestigt zich in Berchem, een gemeente in Antwerpen.  Judka Ramet werkt in de diamantsector.  Natan gaat naar het Atheneum van Berchem. In de zomer van 1942 besluit vader Ramet met zijn gezin naar Brussel te verhuizen. Vader en zoon nemen op 21 augustus 1942 de trein om in Brussel naar een woning te zoeken. De trein heeft zich nog niet in beweging gezet, of ze worden door Feldgendarmen aangehouden en naar de Dossinkazerne gebracht.


Félicie (20 jaar) en moeder Sura Polakiewicz (44 jaar) duiken onder en kunnen zo ontsnappen aan de deportatie. Natan, 17 jaar en student, wordt samen met zijn vader gedeporteerd met Transport VI op 29 augustus 1942.  Hun transport houdt halt in Kosel, voor Auschwitz, waar men de mannen afzet om ingeschakeld te worden als dwangarbeider.  Natan en zijn vader worden tewerkgesteld in Kleinmangersdorf en Babitz, en daarna in Trzebinia. Judka Ramet overlijdt er op 29 december 1942. Natan wordt dan overgeplaatst naar het kamp van Szopienice om uiteindelijk in november 1943, in Auschwitz terecht te komen.  Hij krijgt er het registratienummer 160242.  In december 1943, wordt hij opgenomen in een Kommando om de overblijfselen van het getto in Warschau te ontruimen.  Van daaruit wordt hij in augustus 1944 overgebracht naar Dachau en naar het kommando Kaufering.  Na de bevrijding door de Amerikanen in mei 1945, keert hij op 23 mei terug naar België.

Na de oorlog, ontmoet Natan Lili Steinfeld.  De grote liefde is wederzijds en de twee trouwen met elkaar.  Het koppel zal drie kinderen krijgen: Denise, José en Patricia. Natan werkt in de diamantsector en zet zich meer en meer in voor Joodse werken. Hij is bewogen door een grote menslievendheid en een oprechte zorg voor anderen en hij zet zich met hart en ziel in om te voorkomen dat de geschiedenis van de Shoah vergeten zou worden. Meer nog: hij ijvert voor een diepgaande kennis van deze geschiedenis. In 1986 is hij ook gekant tegen de bouw van een Karmelietenklooster met een enorm kruisbeeld in Auschwitz. Hij maakt deel uit van de Joodse delegatie van België die stappen onderneemt tegenover de Poolse katholieke bevoegdheden.  Natan Ramet wordt samen met David Susskind, Georges Schnek, Markus Pardes en rabbijn Guigui ontvangen door kardinaal Macharski en uiten hun protest tegen deze schending van de Joodse herinnering aan Auschwitz.  Op die manier werd een eerste steen gelegd om de verhuis van het klooster te bekomen.

Hij is lid van de Vereniging van de Joodse Weggevoerden in België - Dochters en zonen van de deportatie maar houdt het daar niet bij. Wanneer het Centraal Israëlitisch Consistorie van België het idee oppert om een Joods Museum van Deportatie en Verzet op te richten, accepteert Natan het voorzitterschap van het inrichtende comité.  Het is een gelegenheid om het Belgische luik van de Shoah te laten ontdekken door een groot publiek en om te vechten tegen antisemitisme en negationisme.  Natan Ramet is er in geslaagd immense moeilijkheden te overwinnen en een museum op te bouwen, daar waar alle sporen van de Joodse deportatie weggevaagd en vergeten waren.  De eerste bijeenkomst van het comité, waarbij o.a. Georges Schnek, Germaine Fischler, Oscar Van Kesbeeck en Jacques Zajtman aanwezig zijn, vindt plaats op 5 december 1991.  Dit directiecomité stort zich in het avontuur met Maxime Steinberg als historicus en Paul Vandebotermet als museograaf.   Dankzij het comité hebben Steinberg en Vandebotermet volledig onafhankelijk kunnen werken. In november 1996 opent het Joods Museum van Deportatie en Verzet, ingewijd door koning Albert II op 7 mei 1995. Het is het begin van een nieuw avontuur waarvan niemand kon voorspellen dat het zo’n groot succes zou worden.

Natan staat altijd klaar om te getuigen, zowel voor medewerkers van de televisie zoals Luckas Vander Taelen als voor schoolgroepen en verenigingen.  Onvermoeibaar streeft hij ernaar jongeren bewust te maken van de gevaren van extreemrechts gedachtegoed en hen bewust te maken van de haatdragende gevolgen van racisme en antisemitisme. In 1998, als het Centre Communautaire et Laïc Juif voor de eerste keer de titel van ‘Mensch’ uitreikt, is het Natan Ramet die deze titel in ontvangst mag nemen.  Zijn uitzonderlijk menselijke, warmhartige, eerlijke en bescheiden karakter, zijn doelgerichtheid, zijn trouw aan zijn overtuigingen en zijn betrokkenheid bij de verdediging van de zaak die hem zo na aan het hart lag, maakten Natan eigenlijk beter dan een ‘Mensch’.

Natan Ramet is, samen met de medewerkers van het Joods Museum van Deportatie en Verzet,  verantwoordelijk voor de realisatie van de  nieuwe tentoonstelling van het Belgisch Paviljoen in Auschwitz (2006) en voor de publicatie van de vier volumes van Mechelen-Auschwitz (VUB-Press/JMDV, Mechelen, 2009). In 2005 kreeg hij van de koning de titel van Ridder. Datzelfde jaar werd hij ook gehonoreerd door de VUB als doctor honoris causa.

Natan Ramet overleed in april 2012.